Watersportvereniging Zandvoort

Getijden en waterstanden Getijden en waterstanden

Het getij wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan (en ook een beetje van de zon). De maan werkt als een magneet, een magneet die de watermassa van de oceanen een beetje optilt. Omdat de aarde om z'n as draait, draait de aardkorst onder die waterberg door. Omdat men de aarde niet voelt draaien is het net of die hele waterberg voorbij komt. Dat noemt men de vloedgolf. Het is een golfbeweging die door alle oceanen en aangrenzende zeen loopt.

Hoog- en laagwater in Zandvoort

Het moment dat de waterstand op z'n hoogst is, heet 'hoogwater", en het moment dat de waterstand op z'n laagst is heet "laagwater". Eb is de hele periode tussen hoogwater en het opvolgende laagwater. Als het water weer opkomt spreekt men, tot en met het volgende hoogwater, van de vloed.

De hoogte van de vloedgolf is niet overal hetzelfde. In het Kanaal, tussen Engeland en Frankrijk, wordt de watermassa als het ware door een trechter geperst: daar wordt het water dan ook hoog opgestuwd. Het verschil tussen hoog- en laagwater is daar op sommige plekken meer dan 10 meter. Eenmaal in de Noordzee is er meer ruimte voor de vloedgolf en wordt het getijdenverschil weer kleiner. Ter hoogte van Texel is het nog maar een meter. Bij Schiermonnikoog loopt het getijverschil weer op omdat daar al het effect te merken is van de watermassa's die in de Duitse Bocht worden samengestuwd.

Door de getijdenbeweging is het zand op de vooroever en op het lagere strand voortdurend in beweging. De getijdenstroom zorgt ervoor dat er een netto zandtransport is langs de kust, in noord-westelijke richting.

De tijden van hoog en laag water zijn van te voren uit te rekenen omdat precies bekend is hoe de baan van de maan om de aarde loopt. Er zijn voor het hele jaar kant en klare getijdentabellen.

Tijdens westerstorm kan de vloed soms extra hoog zijn, omdat het water door de stormwind tegen de westkust omhoog gejaagd wordt. Tijdens eb krijgt het water nauwelijks de kans terug te stromen, door de sterke tegenwind. Als de storm aanhoudt kan bij de volgende vloed het water dan ook ng hoger worden. Zo kan het gebeuren dat de zee helemaal tot aan de voet van de duinen opgestuwd wordt. Omgekeerd is de zee langs de Nederlandse kust bij aanhoudende oostenwind een stukje ondieper. Sommige scheepvaartroutes over het wad zijn dan niet meer bevaarbaar.

Spring- en doodtij

Een paar dagen na volle maan of nieuwe maan is het springtij. Dan is het hoogwater hoger en het laagwater lager dan normaal. Dat komt doordat de aantrekkingskracht van de zon dan versterkend werkt op die van de maan: ze staan dan in n lijn ten opzichte van de top van de vloedberg. Het is een paar dagen na volle maan, omdat de getijdenbeweging ontstaat op het zuidelijk halfrond, de enige plek op aarde waar de oceanen met elkaar in verbinding staan. Het duurt een paar dagen voordat de getijdengolf hier is. Twee weken later is het doodtij: de aantrekkingskracht van de zon werkt nu die van de maan tegen omdat de zon boven het dal van de vloedbergen staat. Het verschil tussen hoog- en laagwater is nu op z'n kleinst.

Eb en vloed op het wad (belangrijk bij Rondje Texel)

Bij vloed stroomt het platengebied in de Waddenzee geleidelijk onder water. Bij eb heeft het omgekeerde plaats: de ondiepe zandplaten vallen dan droog. De getijdenbeweging op de Waddenzee is door menselijk ingrijpen in de loop der tijd belangrijk veranderd. De twee meest ingrijpende wijzigingen zijn de afsluitingen van de Zuiderzee in 1932 en de Lauwerszee in 1969.

Stijging van de hoogwaterstanden

De gemiddelde hoogwaterstanden zijn langs de Nederlandse kust sneller gestegen dan de gemiddelde laagwaterstanden. Zo steeg bij Den Helder het hoogwaterniveau in de periode 1940-1990 omgerekend met 22 cm per eeuw, terwijl het laagwaterniveau met 12 cm omhoog ging. Voor de wadden kan door dit effect de verdeling van het oppervlak tussen geulen en droogvallende platen mogelijk veranderen.

Langs de Nederlandse kust is de laatste 50 jaar een stijging van de hoogwaterstanden gemeten die gemiddeld 5 cm per eeuw hoger ligt dan de gemiddelde zeespiegelstijging over die periode. Volgens het Rijksinstituut voor Kust en Zee kan dit verschijnsel te maken hebben met grootschalige veranderingen in de getijdenbeweging in de Noordzee. Aangezien deze ontwikkeling zich waarschijnlijk in de toekomst voortzet, wordt in het beleid rekening gehouden met een extra verhoging in de hoogwaterstanden van 5 cm per eeuw.

Muien / Zwinnen

Het zeewater komt bij vloed over de zandbanken richting strand. Het zal echter bij eb ook terug moeten en dat doet het zeewater via een mui. Een mui is een soort gat tussen twee zandbanken in.
De diepten tussen de zandbanken in, parallel aan de kust noemen we zwinnen. Het water uit de zwinnen zal richting mui stromen en weer afgevoerd worden richting zee. Als je dus in een zwin richting een zandbank loopt zul je naar de linker of de rechter kant van de zandbank getrokken worden. Als je in de buurt komt van een mui moet je oppassen. Het kan namelijk gebeuren dat je nu mee getrokken wordt door de stroming richting open zee. Mocht dit gebeuren is het de kunst om niet in paniek te raken en je met de stroming mee te laten drijven richting zee. Op een gegeven moment voel je dat de stroming minder wordt en kun je van de mui afzwemmen.